Nieuws

ActionTypes toegepast in het motorrijden

06-01-2026

In 2025 werd Michiel de Ruijter voor het motorblad Magazine geïnterviewd over zijn ervaringen met het toepassen van de ActionTypes-benadering in het motorrijden. Dat topsprinters op de marathon nooit hoge ogen gooien, snapt iedereen. Dat snowboarders hun dominante voet voor op het board zetten, kan je je vast voorstellen. Maar wist je dat je jouw bochten makkelijker neemt als je weet wat jouw dominante motoroog is en waar je mobiele punt zit?

Michiel de Ruijter komt uit de sportwereld, waar hij als voormalig volleyballer, trainer en coach kennismaakte met het fenomeen ActionTypes. “Met de ActionTypes- benadering kan je in kaart brengen hoe je het beste uit sporters kunt halen, bijvoorbeeld door te kijken op welke posities of op welke afstanden ze het best functioneren. Maar er is nog veel meer, natuurlijk.” Omdat hij jaarlijks zo’n 30.000 kilometer onder de wielen van zijn GSA laat doorglijden, is het niet gek dat hij de kennis die hij opdeed ook naar motorrijders vertaalde.

Zoals het voor snowboarders belangrijk is om hun dominante voet te kennen, kunnen motorrijders beter gaan rijden als ze weten wat hun dominante oog of motoroog is. “Als je motorrijdt, komen de bochten en wegen op je af. Je motoroog, verwerkt die informatie sneller dan je andere oog, wat betekent dat je sneller op die informatie kunt reageren. In normale situaties ga je daardoor soepeler en makkelijker de bocht door. In noodsituaties kan het ’t verschil betekenen tussen die bocht wel of net niet halen.”

Dat dominante oog is natuurlijk niet aan motorrijders voorbehouden. “Arjan Robben werd als linksbenige voetballer altijd op links gezet, maar hij bleek uiteindelijk als rechtsbuiten veel beter te functioneren. Dat is niet meer dan logisch: hij heeft een dominant linkeroog, waarmee hij veel beter oppikte wat er links van hem gebeurde en daar dus veel sneller op kon inspelen.”

Als motorrijder kan je er niet voor kiezen of de actie zich links of rechts van je afspeelt, maar Michiel stelt dat je wel heel bewust je dominante oog aan je bochten kunt koppelen. “Als je met dat motoroog bewust een connectie met die bocht maakt, pak je hem makkelijker. Misschien niet meteen de eerste keer, als je nog teveel met het proces bezig bent, maar wel vanaf het moment dat je je dit eigen gemaakt hebt. En als de termen ‘koppelen’ of ‘een connectie maken’ voor jou niet werken, schiet dan als het ware vanuit je dominante oog een draad door die bocht heen.”

Blijft natuurlijk de vraag hoe je ontdekt wat jouw dominante oog of motoroog is. Daar heeft Michiel een eenvoudig ogende test voor. Eerst vraagt hij je voor hem te gaan staan, met je voeten op schouderbreedte. Als hij gecheckt heeft of je stabiel staat en heeft laten zien hoe eenvoudig je om te duwen bent als je niet in balans met jezelf bent, wappert hij een paar keer met zijn hand naast je linkeroog en probeert hij je opnieuw om te duwen. Dan herhaalt hij dit bij je rechteroog. Blijf je na die actie bij je rechteroog staan, dan is dat je motoroog: de input – hier in de vorm van die wapperende hand – bij dat oog brengt je niet uit balans.

Met een vergelijkbare test bepaalt Michiel of je een hoog of laag mobiel punt hebt. Dat hoge punt zit op borsthoogte, het lage op heuphoogte. “Net als je dominante oog kun je ook je mobiele punt met de bocht verbinden, gewoon door het op de bocht te richten. Dat wil niet zeggen dat je met je borst of je heupen stuurt, maar de focus die dit met zich meebrengt laat je wel degelijk makkelijker die bochten pakken.”

Michiel is de eerste om te beamen dat de kans groot is dat je je motoroog en je mobiele punt al onbewust gebruikt. “Maar als je meer inzicht krijgt in je eigen voorkeuren, kan je ze bewust gaan toepassen. Dat kan je eigen balans en daarmee de balans met je voertuig alleen maar ten goede komen. Het resultaat? Je rijdt lekkerder, je hebt meer controle, meer plezier.”

Als linkerbochten je makkelijker afgaan en pak je die onder een grotere hellingshoek dan bochten naar rechts, dan kan je dat verschil opheffen of op z’n minst reduceren door bewust van je motoroog en je mobiele punt gebruik te maken, stelt Michiel. “Daarom zou ik deze kennis graag aan motorrijinstructeurs overbrengen.” Dan zijn ze veel beter in staat om leerlingen met bepaalde problemen verder op weg te helpen.

Dominante ogen en mobiele punten zijn geen op zichzelf staande elementen. Een minitipje van de sluier? “Mensen met een dominant rechteroog hebben vrijwel altijd een dominante linkerhersenhelft, wat betekent dat ze het prettig vinden om te weten waar ze aan toe zijn. Heb je een dominant linkeroog, dan ga je meer voor de vrijheid en het avontuur.”