Nieuws

Arian Leonidas Papakarmesis: De zoektocht naar objectivering van het sensomotorisch profileringsprotocol

06-11-2026

Voor zijn masteronderzoek aan de Johannes Gutenberg Universität Mainz onderzocht Arian hoe motorische profilering technologisch kan worden geobjectiveerd. Onder begeleiding van Wolfgang Schöllhorn werd gekeken of motorische voorkeuren, zoals horizontaal/verticaal en het mobielpunt, zichtbaar en meetbaar zijn in grondreactiekrachten. Tijdens de ATUP‑bijeenkomst op zaterdag 12 december wordt dit onderzoek gepresenteerd en het systeem gedemonstreerd.

Dag Arian, dankjewel dat je tijd vrijmaakt voor dit interview. Kun je jezelf kort voorstellen?

Ik ben geboren in Berlijn. Mijn vader is Grieks, mijn moeder is Duits. Ik groeide op tussen Mainz en Berlijn. Mijn moeder zeilt al vanaf haar jeugd en mijn vader is gymnast, dus ik ben opgegroeid met veel gymnastiek. Vanaf mijn veertiende begon ik met zeilen en windsurfen, vaak ook in Nederland, bij de Brouwersdam en Den Haag. Tijdens mijn jeugd bracht ik elke zomer zes weken door in het dorp waar Aristoteles is geboren, op 500 meter van het huis van mijn grootouders. Een vriend van mijn ouders vertelde me daar alles over de geschiedenis. Dat heeft mijn interesse in cultuur, filosofie en sport sterk gevormd. Ik ben ski‑, zeil‑, windsurf‑ en zeildocent. Ik combineerde dat met trainingswetenschap en differentieel leren.

Je studeerde filosofie én sport. Hoe kwamen die twee samen?

In mijn studie filosofie onderzocht ik de grenzen van ons begrip, hermeneutiek (een methode om teksten te interpreteren) en hoe gedachten ontstaan. Vanuit die filosofische blik keek ik naar sport. Ik deconstrueerde training en sport om te zien wat er in de kern overblijft. Ik wilde sport terugbrengen naar een basisniveau zodat kinderen intrinsiek met sport kunnen verbinden. Sport is voor mij altijd de meest speelse manier geweest om in het moment aanwezig te blijven, mijn fysieke vaardigheden te ontwikkelen en mijn welzijn te ondersteunen door middel van beweging.

Hoe kwam ActionTypes op je pad?

Dat was tijdens mij studie bewegingswetenschappen in 2020. Wolfgang Schöllhorn had Bertrand Théraulaz uitgenodigd, en toen hoorde ik voor het eerst over de ActionTypes-benadering. Dat moment was voor mij een soort opening: ik had al een achtergrond in filosofie en sport en ineens viel er iets op zijn plek.Daarna volgde ik mijn eerste ActionTypes‑cursus. Ik zat toen midden in mijn studie en mijn onderzoek en ik merkte dat ActionTypes precies aansloot bij de vragen die ik al jaren had. Ik was bezig met de oorsprong van beweging, met hoe gedachten ontstaan, met hoe je sport kunt terugbrengen naar de essentie en ActionTypes gaf me een nieuwe manier om dat te benaderen. Mijn voorkeursprofiel, of initiatieprofiel, is R2-INFP met daarbij externe projectie en interne understanding drijfveren. Ik zat vol vragen. ActionTypes gaf me een kader waarin ik die vragen eindelijk kon onderzoeken. Dat was voor mij het begin van een traject waarin ik steeds dieper wilde begrijpen wat er onder motorische voorkeuren ligt, hoe je ze kunt waarnemen en uiteindelijk: hoe je ze kunt meten.

Waar ging je masteronderzoek precies over?

Samen met Wolfgang Schöllhorn ontwikkelde ik een meetsysteem op basis van krachtplaten die grondreactiekrachten registreren. Het systeem was ontworpen om kracht recht vooruit te meten zonder dat deelnemers konden “ontsnappen” aan de moeilijkheid van het coördineren door simpelweg omhoog te duwen. We zagen dat deelnemers, wanneer hun coördinatie onvoldoende was, tegen het contactoppervlak omhoog duwden in plaats van kracht recht naar voren te genereren. Daarom moest de opwaartse kracht die door de krachtplaat werd gemeten dicht bij nul blijven.

We observeerden ook dat personen met een meer horizontaal georiënteerde bewegingsorganisatie meer kracht genereerden wanneer hun ellebogen naar buiten waren gericht en hun handen tegen elkaar werden gedrukt. Dit vereiste de ontwikkeling van een apparaat dat fungeerde als een filter voor de krachtrichting: het voorkwam de overdracht van omhoog gaande krachten en minimaliseerde tegelijkertijd mogelijke vertekeningen die door het ontwerp zelf konden worden veroorzaakt.

De krachtplaten registreerden dit uitzonderlijk goed. In hoeverre kwamen de profielen overeen met de metingen?

Ongeveer vijftig procent. Dat is niet hoog, maar ik ben daar niet teleurgesteld over. Ik weet nu welke richting het onderzoek op moet. Ik had 43 deelnemers, ieder met 16 trials. Dat leverde ruim 600 trials op, waarvan ik er 521 kon gebruiken. Een belangrijk inzicht was dat de wil een grote invloed heeft op de meting. En dat een menselijk lichaam anders reageert dan een machine. Bij een machine is er geen adaptatie; bij een mens wel. Dat maakt het moeilijk om een standaard situatie te creëren.

Wat wordt je volgende onderzoeksfase?

We willen een nieuw apparaat ontwikkelen waarbij iemands eigen wil minder invloed heeft op de prestatie. We willen ons richten op situaties waarin mensen meer moeten reageren en minder bewust handelen. Daarnaast willen we het apparaat dat tijdens mijn masterscriptie is ontwikkeld verder verfijnen en door ontwikkelen.

Wat ga je presenteren tijdens de ATUP‑bijeenkomst?

Ik zal laten zien hoe het meetsysteem werkt, wat de resultaten waren en welke uitdagingen er zijn bij het objectiveren van motorische voorkeuren. Aansluitend ga ik graag in gesprek met het publiek en beantwoord ik vragen uit de zaal.

Wat drijft je in dit onderzoek?

Begrip. Ik heb een eindeloze motor om dit te onderzoeken. Soms werkte ik van drie uur ’s middags tot negen uur ’s avonds aan metingen, ging daarna tot drie uur ’s nachts het systeem aanpassen, en begon de volgende ochtend opnieuw. Het is een passieproject.

Dat klinkt inderdaad als iemand met een understanding-drijfveer! Dankjewel voor dit interview Arian en ik ben benieuwd naar de presentatie in december.

Arian is één van de sprekers tijdens het ActionTypes Uitwisseling Platform op 12 december 2026 in Erp. Wil je ook hierbij aanwezig zijn? Klik dan op deze link voor meer informatie of schrijf je direct in.